Hoeveel punten win ik met een luchtdichtheidstest ?

De EPB-eisen die vandaag gesteld worden aan nieuwbouwwoningen zijn niet meer even eenvoudig haalbaar als voorheen. Het lage E-peil dat wordt opgelegd vraagt van de meeste woningen meer dan goede isolatie en een efficiënt verwarmings- en ventilatiesysteem om te voldoen. Het E-peil kan sterk omlaag gehaald worden door het implementeren van hernieuwbare energie, zoals een fotovoltaïsche installatie of een zonneboiler, maar er bestaat ook een andere manier.

bd1

Door tijdens de bouw van de woning rekening te houden met een luchtdichte uitvoering zullen de ‘ventilatieverliezen’ beperkt blijven. De ventilatieverliezen worden niet enkel bepaald door het ventilatiesysteem, maar ook door de verliezen van lucht via lekken in de gebouwschil. Deze lekken zijn ongecontroleerde en onbedoelde luchtverliezen. Het komt er dus op aan deze ongewenste luchtverliezen zoveel mogelijk te beperken en enkel bewust te ventileren waar nodig.

Naast het beperken van de energieverliezen door luchtdicht te bouwen is luchtdichtheid ook van belang bij gebruik van een ventilatiesysteem van het type D. Dit systeem met mechanische toe- en afvoer van lucht is bij voorkeur goed uitgebalanceerd. Dit betekent dat er evenveel lucht wordt toegevoerd in de woning, als dat er wordt afgevoerd. Veel luchtverlies door de gebouwschil zorgt ervoor dat meer lucht binnenkomt of ontsnapt dan nodig. Hierdoor zal de warmterecuperatie, die meestal voorzien is op deze systemen, niet optimaal werken.

Om te weten te komen hoe lek de woning is kan een luchtdichtheidstest uitgevoerd worden. Bij deze test wordt door middel van een ventilator de woning in over- en onderdruk geplaatst en wordt aan de hand van een manometer het verlies gemeten. De gemeten luchtstroom (V50) wordt uitgedrukt in m³/h. De waarde die gebruikt wordt in de EPB-berekening is het lekdebiet (v50) uitgedrukt in m³/h.m² . Deze wordt bekomen door de gemeten luchtstroom te delen door de verliesoppervlakte van de woning. Heeft de woning bijvoorbeeld een verliesoppervlakte van 650 m² en is het resultaat van de test 3000 m³/h, dan moet de waarde 4,6 m³/h.m² gebruikt worden in de EPB-berekening. Wordt er geen test uitgevoerd dan wordt standaard de waarde 12 m³/h.m² gebruikt in de berekening van de verwarmingsbehoefte.

A-meting of B-meting en conformiteitsverklaring

Een A-meting wordt uitgevoerd wanneer het gebouw volledig is afgewerkt. Alle doorboringen van de gebouwschil voor bijvoorbeeld de rookafvoer, de dampkap, de fotovoltaïsche installatie, enz. zijn uitgevoerd voordat de test wordt gedaan.
Om de resultaten van deze test te mogen gebruiken in een EPB-aangifte moet bijkomend een conformiteitsverklaring afgeleverd worden. De luchtdichtheidstester zal dit attest op vraag van de opdrachtgever laten opstellen door een organisatie zoals het BCCA. Enkel erkende testers mogen een luchtdichtheidstest uitvoeren voor gebruik in de EPB-aangifte.

Een B-meting kan worden uitgevoerd als tussentijdse test tijdens de werkzaamheden om zo na te gaan of het gebouw voldoende luchtdicht is uitgevoerd voordat de verdere afwerking wordt aangevangen. Tijdens deze test kunnen lekken vroegtijdig worden opgespoord en verholpen. Dit type test kan bijvoorbeeld worden uitgevoerd nadat een luchtdichtheidstape of -slab werd aangebracht rond de ramen en voordat het pleisterwerk wordt uitgevoerd.

Een kleine investering met een groot resultaat

Om na het vastleggen van de opbouw van de gebouwschil, de manier van verwarmen(/koelen), alsook het ventilatiesysteem nog een daling van het E-peil te realiseren bieden de fotovoltaïsche installatie of de zonneboiler een goede oplossing. Een gemiddelde installatie vraagt echter een relatief hoge investering die niet altijd te verantwoorden is wanneer het energieverbruik / E-peil reeds laag is. Daarnaast heeft overdimensioneren van deze installaties om een extra daling van het E-peil te bekomen ook weinig nut. De energie die opgewekt wordt, maar niet verbruikt wordt, is verloren energie. Als er gezocht wordt naar de goedkoopste manier om het E-peil te doen zakken, dan is het uitvoeren van een luchtdichtheidstest de beste oplossing. De kost van een luchtdichtheidstest ligt 10 tot 25 keer lager dan een gemiddelde installatie van bovenvermelde technieken, maar levert in de meeste gevallen wel een gelijkaardige daling van het E-peil op.

bd2

De daling van het E-peil is in grote mate afhankelijk van de manier van verwarmen

De invloed van het lekdebiet op het E-peil is afhankelijk van de energiewinst die dit oplevert. Hoe minder warme lucht verloren gaat, hoe minder je zal moeten verwarmen. Daarom speelt ook de manier van verwarmen een rol. Wordt de warmte met een energiezuinig toestel opgewekt, dan zal de verbeterde luchtdichtheid  voor een lagere energiebesparing zorgen dan bij gebruik van een warmteopwekker die veel energie verbruikt.  Gebruik je bijvoorbeeld een verwarmingssysteem op basis van elektrische weerstanden, dan zal de luchtdichtheid het E-peil meer beïnvloeden dan bij gebruik van een gasketel.

Neem als voorbeeld een verwarmingssysteem dat louter gebruik maakt van elektrische weerstanden. Bij gebruik van elektrische verwarming wordt voor de berekening van het primair energieverbruik het eindenergieverbruik voor verwarming vermenigvuldigd met een factor 2,5. Hierdoor ligt het E-peil bij gebruik van verwarming op basis van elektrische weerstanden ook drastisch hoger dan bij bijvoorbeeld verwarming op basis van fossiele brandstoffen. Als een verbeterde waarde voor de luchtdichtheid wordt ingerekend, dan dalen de ingerekende ventilatieverliezen waardoor minder warmte moet opgewekt worden. Hierdoor zal het eindenergieverbruik voor verwarming dalen. Bij elektrische verwarming zal de invloed van het beperken van de warmtevraag, door bijvoorbeeld een verbeterde luchtdichtheid, dan ook veel groter zijn dan bij warmteopwekkers op basis van fossiele brandstoffen.

Als rekenvoorbeeld nemen we een woning waarvan de netto-energiebehoefte voor verwarming 45 kWh/m² bedraagt zonder luchtdichtheidstest. Na een test met als resultaat 1 m³/hm² wordt dit 23 kWh/m². Dit is onafhankelijk van het gekozen type van warmteopwekker. De invloed op het E-peil is wel zeer afhankelijk van het type verwarming:

  Luchtdichtheid =
standaardwaarde
  Luchtdichtheid =
1 m³/hm²
 
  Primair energie-verbruik verwarming E-peil   Primair energie-verbruik verwarming E-peil   Besparing Daling
E-peil
Elektrische weerstand 66.376 MJ E97   33.755 MJ E62   32.621 MJ -35
Gasketel 31.053 MJ E62   15.792 MJ E44   15.261 MJ -18

De keuze van het type warmteopwekker is dus van grote invloed op de bereikte daling van het E-peil na het uitvoeren van een luchtdichtheidstest.

Daalt het E-peil altijd na het uitvoeren van een luchtdichtheidstest ?

Wanneer er geen test wordt uitgevoerd, dan worden in de berekening van het energieverbruik volgende waardes toegepast:

  • v50,heat = 12 m³/hm²
  • v50,cool = 0 m³/hm²
  • v50,overh = 0 m³/hm²

Een lekdebiet (v50) van 12 m³/hm² (voor verwarming) is zeer hoog en komt eerder uitzonderlijk voor bij het meten. Voor de koelberekening en de evaluatie van het risico op oververhitting wordt een waarde 0 aangenomen.

Wanneer er wel een luchtdichtheidstest wordt uitgevoerd dan wordt het lekdebiet in de berekening vervangen door de gemeten waarde:

v50,heat = v50,cool = v50,overh

Bij een slecht meetresultaat, bv. 12 m³/hm², betekent dit wel dat de berekening van het energieverbruik hoger kan uitvallen dan bij gebruik van de standaardwaardes.
Zeer hoge meetwaardes komen echter uiterst weinig voor bij nieuwbouwwoningen. In de grote meerderheid van de gevallen zal het uitvoeren van een test zorgen voor een sterke daling van het E-peil.